Skip to content
Wetgeving & compliance

Tijdsregistratie verplicht in België vanaf 2027?

Het Europees Hof van Justitie verplicht alle EU-werkgevers al jaren om de arbeidstijd van werknemers bij te houden. België voert die verplichting stap voor stap in, en alle tekenen wijzen erop dat elke werkgever, in elke sector, binnenkort aan de beurt is. Wat je nu al moet weten.

De vraag stelt zich steeds luider in Belgische kmo-kringen: moeten werkgevers straks verplicht de werktijden van hun personeel registreren? Het korte antwoord is: die verplichting bestaat in de kern al, Europa heeft dat in 2019 definitief vastgelegd. De vraag is enkel nog wanneer België elke sector effectief aan die regel houdt, en wat een ‘geldige’ registratie precies inhoudt.

In dit artikel zetten we alles op een rijtje: de Europese achtergrond, voor wie de verplichting geldt, wat er de komende jaren verandert én (het meest praktisch) hoe jij als werkgever je vandaag al kunt voorbereiden.

Stand van zaken (8 september 2026): de federale regering besliste in het begrotingsakkoord om tijdsregistratie vanaf 1 januari 2027 te verplichten. Er ligt een voorontwerp van wet voor advies bij de Nationale Arbeidsraad; daarna volgen de ministerraad, het parlement en publicatie in het Belgisch Staatsblad. Wie op 1 januari 2027 nog geen systeem heeft, krijgt volgens de toelichting bij het begrotingsakkoord een overgangsregeling tot 31 maart 2027; vanaf 1 april 2027 moet elke werkgever er een hebben. De krachtlijnen liggen vast, de details kunnen nog bewegen. Wij volgen elke stap en werken deze pagina bij - en passen Cloxo gratis aan als de definitieve wet dat vraagt.


Waarom is tijdsregistratie eigenlijk nodig?

Tijdsregistratie is geen bureaucratische gril. Ze dient drie concrete doelen:

  1. Bescherming van werknemers. Wie bijhoudt wanneer een werknemer begint en eindigt, kan controleren of rust- en maximale arbeidstijden worden gerespecteerd. Zonder registratie is overwerk moeilijk aantoonbaar, én moeilijk te vermijden.
  2. Rechtszekerheid voor werkgevers. Bij een sociaalrechtelijk geschil of inspectie biedt een correcte registratie het onweerlegbare bewijs dat de wet is nageleefd.
  3. Correcte loonberekening. Overuren, nachtarbeid, weekendwerk: al die bijzondere looncomponenten vereisen dat je de werkelijke uren kent.

De Europese oorsprong: het arrest van het Hof van Justitie (2019)

De juridische basis ligt in een baanbrekend arrest van het Europees Hof van Justitie van 14 mei 2019 (zaak C-55/18, CCOO / Deutsche Bank SAE). In dat arrest besliste het Hof glashelder:

“De lidstaten moeten werkgevers verplichten een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem op te zetten waarmee de dagelijkse arbeidstijd van elke werknemer wordt gemeten.”

Die uitspraak was geen vrijblijvend advies, maar een interpretatie van de bestaande EU-Richtlijn 2003/88/EG (de Arbeidstijdenrichtlijn). Die richtlijn legt minimumnormen vast voor rust- en arbeidstijden in de hele Europese Unie:

  • Maximum 48 uur werken per week (gemiddeld over een referentieperiode)
  • Minimum 11 uur onafgebroken rust per dag
  • Minimum 24 uur onafgebroken wekelijkse rust
  • Minimum 4 weken betaald verlof per jaar

Het Hof redeneerde dat die rechten structureel niet kunnen worden gegarandeerd als een werkgever niet bijhoudt hoeveel een werknemer effectief werkt. Wie de uren niet registreert, kan de wettelijke limieten dus per definitie niet bewijzen te hebben gerespecteerd.


Voor wie geldt de verplichting?

Dit is de vraag die de meeste werkgevers als eerste stellen. Op basis van de Europese richtlijn en de verwachte Belgische regelgeving geldt de verplichting in principe voor:

  • Alle werkgevers met minstens één werknemer in loondienst, ongeacht de sector of rechtsvorm, dus ook vzw’s en non-profitorganisaties
  • Werkgevers die beroep doen op uitzendkrachten of gedetacheerde werknemers
  • Mogelijk ook zelfstandigen met meewerkende helpers, afhankelijk van de definitie in de wet

Zelfstandigen zonder personeel vallen doorgaans buiten de scope van de Arbeidstijdenrichtlijn, die specifiek betrekking heeft op de werkgever-werknemerrelatie.

Uitzonderingen

Bepaalde categorieën werknemers zijn traditioneel uitgesloten of genieten specifieke regels:

  • Leidinggevende werknemers die hun werktijd grotendeels zelf bepalen (bv. directeuren, managers met echte autonomie)
  • Thuiswerkers die volledig autonome controle hebben over hun tijdsindeling, al wordt dit steeds restrictiever geïnterpreteerd
  • Zeevarenden en militairen vallen onder aparte regimes

Belangrijk: het feit dat iemand telewerkt of een senior functie bekleedt, maakt hem niet automatisch vrijgesteld. Enkel wanneer de werknemer zijn arbeidstijden werkelijk onafhankelijk bepaalt én geen toezicht ontvangt, kan een uitzondering verdedigd worden.

Deeltijdse werknemers

Voor deeltijdse werknemers is tijdsregistratie zelfs extra belangrijk. De wet biedt hen bijzondere bescherming: deeltijdse werknemers mogen in principe niet structureel meer uren presteren dan in hun contract voorzien. Overwerk bovenop een deeltijds contract vereist extra vergoeding. Zonder registratie is dit oncontroleerbaar.


Wordt een prikklok verplicht voor iedereen?

Nee, geen prikklok. Wel een systeem. De wet verplicht geen toestel, maar een registratiesysteem dat objectief, betrouwbaar en toegankelijk is. Een klassieke prikklok aan de muur mag, maar een app, een QR-code of een pincode op een gedeelde tablet voldoet evengoed. Wat telt, is dat de gegevens kloppen, achteraf niet stilletjes aangepast kunnen worden en voor de werknemer en de inspectie raadpleegbaar blijven.

De Arbeidsdeal (2022)

Onder het kabinet-De Croo werd in 2022 de zogenaamde Arbeidsdeal goedgekeurd (Wet van 3 oktober 2022). Die wet heeft de Belgische arbeidsmarkt op meerdere vlakken hervormd: het recht op een vierdaagse werkweek, meer flexibiliteit rond werkroosters, het recht op deconnectie. De wet heeft ook de discussie over tijdsregistratie aangescherpt: flexibele werkroosters zijn immers alleen juridisch houdbaar als er een sluitend systeem is om de effectieve uren bij te houden.

Europese druk neemt toe

De Europese Commissie volgt de implementatie van het arrest uit 2019 nauwgezet. Eind 2024 bevestigde het Hof die lijn nog eens uitdrukkelijk: in het arrest C-531/23 (19 december 2024) oordeelde het dat een lidstaat werkgevers niet zomaar van de registratieplicht mag vrijstellen. Lidstaten die geen afdwingbare nationale wetgeving hebben, of die wetgeving onvoldoende handhaven, riskeren een inbreukprocedure. België heeft tot nu toe gekozen voor een geleidelijke aanpak via sectorale cao’s, maar de roep om een horizontale, sector-overschrijdende wet wordt luider.

2027 als ingangsdatum

De federale regering heeft in het begrotingsakkoord beslist om de algemene tijdsregistratieplicht op 1 januari 2027 te laten ingaan, voor alle werkgevers met personeel. De wettekst zelf is in opmaak: een voorontwerp ligt voor advies bij de Nationale Arbeidsraad, waarna ministerraad, parlement en publicatie in het Belgisch Staatsblad volgen. De richting staat dus vast; enkel de modaliteiten kunnen nog bewegen. Wie op 1 januari 2027 nog geen systeem heeft, zou volgens de toelichting bij het begrotingsakkoord tot 31 maart 2027 de tijd krijgen; vanaf 1 april 2027 moet elke onderneming een systeem hebben. Werkgevers die vandaag al een systeem invoeren, staan straks niet voor een noodoplossing maar voor een geoliede werking.


Wat moet je bijhouden?

Een correcte tijdsregistratie omvat meer dan alleen het begin- en einduur van een werkdag. Volgens de Europese richtlijn en de Belgische arbeidswet moet je minstens de volgende gegevens registreren:

Dagelijkse registratie

  • Aanvangsuur van de werkdag
  • Einduur van de werkdag
  • Pauzes: duur en tijdstip (wanneer de werkdag langer dan 6 uur duurt, is een pauze wettelijk verplicht)
  • Overuren: eventuele prestaties buiten het gewone rooster

Wekelijkse en maandelijkse overzichten

  • Totaal aantal gewerkte uren per week
  • Vergelijking met het contractueel voorziene rooster
  • Saldo overuren (positief of negatief)

Aanvullende gegevens

  • Identificatie van de werknemer (naam, personeelsnummer)
  • Eventuele werkplaats of locatie (relevant voor werken op meerdere locaties)
  • Aard van de prestaties bij bijzondere loonregimes (nachtarbeid, weekendwerk)

Welke registratiemethoden zijn toegelaten?

De wetgeving schrijft geen specifiek systeem voor. Het systeem moet echter voldoen aan drie criteria die het Europees Hof van Justitie vastlegde:

  1. Objectief: de geregistreerde gegevens mogen niet achteraf eenzijdig worden aangepast zonder traceerbaarheid
  2. Betrouwbaar: het systeem moet technisch robuust zijn en manipulatie uitsluiten
  3. Toegankelijk: zowel werknemers als toezichthoudende instanties moeten de gegevens kunnen raadplegen

Concreet zijn de volgende methoden in gebruik:

Papieren registers

Een handmatig ingevuld aanwezigheidsregister is technisch toegelaten, maar kwetsbaar voor discussie. Papieren registers zijn moeilijk te verifiëren, vatbaar voor vervalsing en bieden geen automatische berekening van overuren. De sociale inspectie bekijkt papieren systemen kritisch.

Excel en manuele digitale invoer

Spreadsheets zijn populair bij kleine werkgevers, maar hebben hetzelfde probleem als papier: ze zijn achteraf aanpasbaar zonder audittrail. Bij een inspectie is het moeilijk te bewijzen dat de data niet werd gewijzigd.

Prikklokken en badgesystemen

Klassieke prikklokken met magneetkaarten of badges zijn betrouwbaar, maar vereisen dure hardware per locatie. Ze zijn weinig flexibel bij personeel dat op meerdere locaties werkt en bieden geen real-time inzicht.

Digitale tijdsregistratie-apps

Moderne apps lossen alle bovenstaande problemen op:

  • Werknemers klokken in en uit via hun smartphone (QR-code, pincode of NFC)
  • Alle registraties worden tijdgestempeld in de cloud en zijn niet retroactief aanpasbaar zonder auditlog
  • GPS-verificatie is mogelijk om de aanwezigheidslocatie te bevestigen
  • De werkgever heeft real-time inzicht in wie aanwezig is
  • Automatische berekening van uren, overuren en pauzes
  • Exporteerbaar naar PDF en CSV voor de sociale secretariaten

Sancties bij niet-naleving

Een ontbrekend of onvolledig tijdsregistratiesysteem kan aanleiding geven tot ernstige gevolgen:

Administratieve en strafrechtelijke boetes

De Directie Toezicht op de Sociale Wetten (TSW) en de Sociale Inspectie kunnen onaangekondigd controles uitvoeren. Het sanctieluik van de wet van 2027 is nog niet definitief: welk niveau van het Sociaal Strafwetboek van toepassing wordt, staat pas vast bij publicatie in het Belgisch Staatsblad. Ter indicatie: bestaande registratieverplichtingen (zoals de regels rond deeltijdse werkroosters) vallen vandaag onder niveau 2 of 3 van het Sociaal Strafwetboek:

  • Niveau 2: administratieve geldboete van €200 tot €2.000, of strafrechtelijke geldboete van €400 tot €4.000, per betrokken werknemer
  • Niveau 3: administratieve geldboete van €400 tot €4.000, of strafrechtelijke geldboete van €800 tot €8.000, per betrokken werknemer

Dit zijn de huidige bedragen uit het Sociaal Strafwetboek (inclusief opdeciemen), niet de sancties van de 2027-wet. Zodra die gekend zijn, werken we deze sectie bij.

Aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen

Wanneer een arbeidsongeval plaatsvindt en de werkgever geen aantoonbare tijdsregistratie heeft, kan dit de aansprakelijkheidspositie ernstig verzwakken. De werkgever kan moeilijk aantonen dat de wettelijke rusttijden werden gerespecteerd.

Sociaalrechtelijke procedures

Bij een ontslag of loongeschil zal de rechter vragen naar bewijs van de gewerkte uren. Zonder betrouwbaar registratiesysteem staat de werkgever zwak.


Praktische stappen om je vandaag al voor te bereiden

Wacht niet op de officiële wettekst. Wie nu investeert in een goed systeem, hoeft later niet overhaast te schakelen.

Stap 1: Maak een inventaris van je huidige situatie

Hoe registreer je nu de arbeidstijden? Voor welke werknemers heb je een systeem? Hoe controleer jij of roosterafwijkingen worden bijgehouden?

Stap 2: Kies een systeem dat voldoet aan de drie criteria

Zorg dat je systeem objectief, betrouwbaar en toegankelijk is. Een digitale oplossing met auditlog en cloudopslag voldoet doorgaans moeiteloos aan die eisen.

Stap 3: Informeer je werknemers

Tijdsregistratie raakt de privacysfeer. Je bent verplicht om werknemers te informeren over welke gegevens je bijhoudt, hoe lang je die bewaart, wie toegang heeft en voor welk doel. Dit kan via een update van je GDPR-beleid of een aanpassing van het arbeidsreglement.

Stap 4: Pas je arbeidsreglement aan

Het arbeidsreglement is de wettelijke basis voor de organisatie van de arbeidstijden in je onderneming. Wanneer je een nieuw tijdsregistratiesysteem invoert, moet dit formeel worden opgenomen via de wettelijke procedure (mededeling aan personeelsvertegenwoordiging of aanplakking).

Stap 5: Test, rol uit en koppel met je sociaal secretariaat

Kies een pilootperiode, verzamel feedback en rol dan uit naar de volledige organisatie. Een tool die exporteert naar de formats van je sociaal secretariaat (Acerta, SD Worx, Securex, Partena…) bespaart je dubbele invoer.


Wat moet een goede tijdsregistratietool kunnen?

Nu je weet wat de wetgeving verwacht, wordt de keuze van een tool eenvoudiger:

  • Geen extra hardware nodig: werknemers gebruiken hun eigen smartphone
  • Meerdere inschakelingsmethoden: QR-code, pincode of NFC, ook voor minder digitaal vaardige medewerkers
  • Real-time dashboard: wie is er nu aanwezig, wie is afwezig?
  • Automatische berekening van overuren, pauzetijden en saldo’s
  • Correctiemogelijkheid met auditlog: aanpassingen zijn zichtbaar en traceerbaar
  • PDF en CSV export voor loonadministratie en inspectie
  • GDPR-conform: data opgeslagen binnen de EU, bewaartermijnen instelbaar
  • Betaalbaar op kleine schaal: geen hoge vaste kosten of licenties per locatie

Een uitgebreide kostenvergelijking tussen klassieke prikklokken en digitale apps, inclusief ROI-berekening en een overzicht van wat je wettelijk nodig hebt, vind je in ons artikel over goedkope prikklokken en digitale uurregistratie.


Geldt de tijdsregistratieplicht ook als ik maar één werknemer heb?

Ja. De verplichting geldt voor elke werkgever, ongeacht de grootte van de onderneming. Ook wie één deeltijdse kracht, één student of één flexi-jobber in dienst heeft, moet vanaf 1 januari 2027 de arbeidstijd registreren. Er is geen ondergrens voorzien voor kleine werkgevers. Net daarom bouwden we Cloxo: een registratie die vanaf één medewerker werkt, vanaf €7 per maand.


Is een prikklok verplicht vanaf 2027?

Nee. De wet verplicht een registratiesysteem, geen specifiek toestel. Je moet de arbeidstijd kunnen aantonen met een systeem dat objectief, betrouwbaar en toegankelijk is - hoe je dat technisch invult, kies je zelf. Een klassieke prikklok aan de muur mag, maar een digitale registratie via QR-code, pincode of app - een inkloksysteem zonder toestel - voldoet evengoed. Het resultaat telt: correcte, controleerbare tijden.


Volstaat Excel of een papieren lijst nog?

Op papier misschien, in de praktijk moeilijk. Excel-bestanden en papieren lijsten zijn achteraf vrij aan te passen, registreren niet op het moment zelf en houden geen wijzigingshistoriek bij. Daarmee wordt het lastig om aan te tonen dat je registratie “objectief en betrouwbaar” is - precies wat de wet vraagt. Wie vandaag met Excel-urenlijsten werkt, schakelt beter tijdig over op een systeem dat kloktijden vastlegt en correcties logt.


Wat met studenten, flexi-jobs en extra’s?

De registratieplicht geldt voor alle werknemers, dus ook voor studenten, flexi-jobbers, extra’s en tijdelijke krachten. Voor sommige van die statuten bestaat vandaag al een aparte registratieverplichting (denk aan flexi-jobs in de horeca); de algemene plicht van 2027 komt daar bovenop voor iedereen. Juist bij wisselende en korte contracten is een digitale urenregistratie het verschil tussen vijf minuten werk en een administratieve knoop.


Wat betekent “objectief, betrouwbaar en toegankelijk”?

Die drie woorden komen uit het arrest C-55/18 van het Europees Hof van Justitie (het CCOO-arrest van 14 mei 2019). Objectief: de tijden worden vastgelegd op het moment zelf, niet achteraf gereconstrueerd. Betrouwbaar: registraties zijn niet stilletjes aan te passen; wijzigingen zijn traceerbaar. Toegankelijk: werkgever, werknemer én inspectie kunnen de gegevens raadplegen. Cloxo is rond exact die drie criteria gebouwd: kloktijden in realtime, een auditlog voor elke correctie, en exports voor iedereen die ze nodig heeft.


Welke sancties riskeer ik zonder tijdsregistratie?

De precieze sancties liggen nog niet vast: de wet is in opmaak en het sanctieluik wordt pas definitief bij publicatie in het Staatsblad. Verwacht wordt dat inbreuken via het Sociaal Strafwetboek worden gesanctioneerd, zoals dat vandaag al geldt voor bestaande registratieverplichtingen. Wat nu al zeker is: zonder registratie sta je bij een discussie over overuren of bij een sociale controle met lege handen. We werken deze sectie bij zodra de definitieve tekst er is.


Wanneer weet ik definitief waar ik aan toe ben?

De beslissing en de ingangsdatum (1 januari 2027) staan vast in het begrotingsakkoord; de wettekst doorloopt nu het normale traject: advies van de Nationale Arbeidsraad, goedkeuring in de ministerraad, stemming in het parlement en publicatie in het Belgisch Staatsblad. Voor wie op 1 januari 2027 nog geen systeem heeft, is een overgangsregeling tot 31 maart 2027 aangekondigd; 1 april 2027 is dan de harde deadline. Wachten op de definitieve tekst om pas dan een systeem te kiezen, is riskant: december 2026 wordt druk. Wie vandaag start, is er in vijf minuten mee weg en heeft een jaar voorsprong.


Veelgestelde vragen

Is tijdsregistratie vandaag al verplicht voor mijn sector?

Dat hangt af van je paritair comité. In de bouw, schoonmaak, bewaking, vleesverwerkende nijverheid en horeca bestaat al een formele sectorale verplichting. In andere sectoren geldt de verplichte verplichting nog niet universeel, maar de Europese basisverplichting uit het ECJ-arrest van 2019 geldt wél al, en kan bij een inspectie worden ingeroepen.

Wat als ik geen werknemers heb, enkel zelfstandige medewerkers of freelancers?

De Arbeidstijdenrichtlijn geldt enkel voor werknemers in loondienst. Zelfstandige onderaannemers en freelancers vallen er in principe buiten. Let wel op schijnzelfstandigheid: wanneer een medewerker feitelijk als werknemer functioneert, kan de inspectie de relatie herkwalificeren.

Mag ik gewoon een Excel-bestand gebruiken?

Nee, niet als je daarmee voldoende rechtsbescherming verwacht. Excel is niet verboden, maar een Excel-bestand voldoet niet aan de wettelijke criteria van EU-arrest C-55/18: het is niet objectief (manuele invoer, geen tijdstempel), niet betrouwbaar (elke cel is aanpasbaar zonder spoor) en houdt geen stand bij een sociale inspectie. Niet-traceerbare registraties zijn waardeloos als bewijs. Bij een loon- of ontslaggeschil sta je zonder audittrail juridisch zwak. Cloxo legt elke inkloking automatisch vast met een onwijzigbare tijdstempel en een volledig auditlog.

Hoe lang moet ik de gegevens bewaren?

Gangbare praktijk is 5 jaar, in lijn met de verjaringstermijn voor sociale misdrijven. Bewaar de gegevens bij voorkeur minstens zo lang als de termijn voor mogelijke sociale of fiscale controles (in sommige gevallen tot 7 jaar).

Moeten werknemers hun uren zelf registreren of mag de werkgever dat doen?

In principe is de werkgever verantwoordelijk voor het systeem, maar de registratie zelf kan door de werknemer worden uitgevoerd. Belangrijk is dat beide partijen toegang hebben tot de geregistreerde gegevens en dat een werknemer zijn eigen uren kan inzien en desgewenst aanvechten.

Wat als een werknemer vergeet in te klokken?

Een goed systeem voorziet in een correctieprocedure: de werkgever kan de registratie aanpassen, maar elke correctie wordt gelogd met tijdstip en de naam van wie de aanpassing deed. Zo blijft de integriteit gewaarborgd.

Wat kost een digitaal tijdsregistratiesysteem voor een kleine werkgever?

Eenvoudige, cloudgebaseerde apps starten al vanaf enkele euro’s per maand voor kleine teams, een fractie van de kosten van een klassieke prikklok, zonder hardware-investering.

Wat als ik op 1 januari 2027 nog geen systeem heb?

Volgens de toelichting bij het begrotingsakkoord komt er voor wie op 1 januari 2027 nog geen passend systeem heeft een overgangsregeling tot 31 maart 2027; vanaf 1 april 2027 moet elke werkgever de arbeidstijd registreren. Die overgangsregeling staat nog niet in een gepubliceerde wettekst, dus reken er niet op als uitstel: wie vandaag start, heeft die marge niet nodig.


Officiële bronnen

De informatie in dit artikel is gebaseerd op de volgende officiële en primaire bronnen:

  • Hof van Justitie van de EU, arrest C-55/18 (14 mei 2019, CCOO / Deutsche Bank SAE): legt de registratieplicht vast. Officieel persbericht (PDF)
  • Hof van Justitie van de EU, arrest C-531/23 (19 december 2024): herbevestigt dat werkgevers niet van de registratieplicht mogen worden vrijgesteld. EUR-Lex
  • Richtlijn 2003/88/EG (Arbeidstijdenrichtlijn): de Europese basisregels voor arbeids- en rusttijden. EUR-Lex
  • Arbeidswet van 16 maart 1971: de Belgische basiswet over arbeidsduur. Justel (eJustice)
  • FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, Arbeidsduur en rusttijden: werk.belgie.be

De overgangsregeling tot 31 maart 2027 komt uit de toelichting van de regering bij het begrotingsakkoord, zoals weergegeven door de sociale secretariaten SD Worx (4 juni 2026) en Acerta (bijgewerkt 12 juni 2026). Ze staat nog niet in een gepubliceerde wettekst.


Conclusie

De vraag is niet of tijdsregistratie voor jouw onderneming verplicht wordt, maar wanneer. Het ECJ-arrest van 2019 heeft de juridische plicht vastgelegd op Europees niveau. België volgt stap voor stap, en 2027 wordt naar verwachting het jaar van de algemene verplichting.

Werkgevers die nu wachten, zullen dan moeten schakelen onder tijdsdruk. Werkgevers die vandaag al een digitaal systeem invoeren, hebben alle stappen rustig doorlopen, en beschikken bovendien over maandenlange data om eventuele vragen van de inspectie moeiteloos te beantwoorden.

Klaar om te starten? Probeer Cloxo 30 dagen gratis, geen kredietkaart nodig, geen verplichtingen. Stel het systeem in minder dan een kwartier in.